Citaat | Hoge Raad 7 juli 2015
Onder 3.3. Hoge Raad 7 juli 2015
Een alinea uit Hoge Raad 7 juli 2015, ECLI:NL:HR:2015:1817.
In het onderhavige geval kan niet worden gezegd dat de tot het bewijs gebezigde verklaringen van de aangeefster [slachtoffer 1] met betrekking tot feit 1 en de aangeefster [slachtoffer 2] met betrekking tot feit 2 onvoldoende steun vinden in het overige bewijsmateriaal, in aanmerking genomen dat het Hof heeft vastgesteld dat de verklaringen van de aangeefsters elkaar over en weer ondersteunen wat de betreft de aard van de ontuchtige handelingen gepleegd door de verdachte en de wijze waarop die handelingen plaatsvonden, waarbij de verklaringen van [slachtoffer 2] over het door de verdachte aanraken van haar lichaam wanneer zij naast hem op de bank zat en over het bang zijn om alleen met de verdachte thuis te zijn en voor wat hij kon doen steun vinden in de verklaring van haar moeder dat het haar opviel dat als de verdachte bij [slachtoffer 2] kwam zitten [slachtoffer 2] ergens anders ging zitten en dat [slachtoffer 2] het vervelend vond als de verdachte naast haar kwam zitten. Anders dan in het middel wordt betoogd, is dus van schending van art. 342, tweede lid, Sv geen sprake.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7fc333498117f9e6fe835e6b53f18d308407613957d0693e30de99a3f9c8401c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7fc333498117f9e6fe835e6b53f18d308407613957d0693e30de99a3f9c8401c, en de alinea staat in dat document op bytes 38280 tot 39387.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7fc333498117f9e6fe835e6b53f18d308407613957d0693e30de99a3f9c8401c | shasum -a 256