Citaat | Hoge Raad 10 juli 2015
Onder 3.3.3 Hoge Raad 10 juli 2015
Een alinea uit Hoge Raad 10 juli 2015, ECLI:NL:HR:2015:1825.
Het onderdeel voert terecht aan dat uit de tekst van art. 54 lid 1 Fw volgt dat het toepassingsbereik van deze uitzondering op de hoofdregel van art. 53 Fw is beperkt tot het geval dat degene die gebruik wenst te maken van zijn bevoegdheid tot verrekening, niet te goeder trouw handelde toen hij een schuld aan de gefailleerde of een vordering op de gefailleerde overnam van een derde (vgl. HR 21 juni 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ7199, NJ 2014/272). Het onderhavige geval, waarin Wemaro niet de schulden van [betrokkene] c.s. aan [A] heeft overgenomen van [betrokkene] c.s., maar de vorderingen van [A] op [betrokkene] c.s. heeft gekocht van [A], wordt derhalve naar de letter niet door art. 54 lid 1 Fw bestreken.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ccda071a2936dd83cc019a780310d79b4c349ad821aca9b44d400a3c4d6fc979. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ccda071a2936dd83cc019a780310d79b4c349ad821aca9b44d400a3c4d6fc979, en de alinea staat in dat document op bytes 18476 tot 19234.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ccda071a2936dd83cc019a780310d79b4c349ad821aca9b44d400a3c4d6fc979 | shasum -a 256