Citaat | Hoge Raad 30 januari 2015

Onder 4.2.3 Hoge Raad 30 januari 2015

Een alinea uit Hoge Raad 30 januari 2015, ECLI:NL:HR:2015:183.

Een en ander brengt tevens mee dat het eindvonnis van 23 oktober 2013 waarin de rechtbank de vervroegde onteigening heeft uitgesproken, ten opzichte van de partijen in de hoofdzaak, onder wie [betrokkene 2] en mr. Fraats q.q., nog geen kracht van gewijsde heeft verkregen. Doordat laatstgenoemden op de voet van art. 118 Rv alsnog in de cassatieprocedure worden betrokken, geldt het door eisers aangewende rechtsmiddel immers ook jegens hen. Dit heeft ook gevolgen voor de hoofdzaak. Indien de door [B] en [A] in dit incident gevorderde tussenkomst wordt toegestaan, zouden laatstgenoemden immers, zoals hiervoor overwogen, daardoor partij in de hoofdzaak worden. Van belang is dan dat aan een door één van partijen met succes gevoerd verweer tegen de vordering tot onteigening, mede rechtsgevolg dient te worden toegekend ten opzichte van alle andere in de procedure betrokken partijen (vgl. HR 21 november 1952, NJ 1953/468).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4aee5fe64088603336df1e9c0ca6d84010a8cef1ac979c4cfd8db034593b5815. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4aee5fe64088603336df1e9c0ca6d84010a8cef1ac979c4cfd8db034593b5815, en de alinea staat in dat document op bytes 15954 tot 16898.