Citaat | Hoge Raad 7 juli 2015

Onder 4.5. Hoge Raad 7 juli 2015

Een alinea uit Hoge Raad 7 juli 2015, ECLI:NL:HR:2015:1833.

Het Hof heeft kennelijk en niet onbegrijpelijk uit (i) de onder 4.3 weergegeven opmerking van de raadsvrouwe dat het zoeken naar de getuigen op gegeven moment moet ophouden, en (ii) het achterwege blijven van een uitdrukkelijk en gemotiveerd verzoek [betrokkene 7] als getuige te horen, afgeleid dat de verdediging, nadat het niet gelukt was om [betrokkene 7] op St. Kitts te horen, geen prijs meer stelde op het horen van [betrokkene 7] als getuige. Het in het bestreden vonnis besloten liggende oordeel van het Hof dat de in het opsporingsonderzoek afgelegde verklaringen van [betrokkene 7] voor het bewijs van het tenlastegelegde kunnen worden gebruikt, getuigt - mede in het licht van hetgeen hiervoor is overwogen - niet van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bd36323e96e21921f8d7af2ec1f5fa0606797b84bf5db9fe6f5ffaac46f59d27. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bd36323e96e21921f8d7af2ec1f5fa0606797b84bf5db9fe6f5ffaac46f59d27, en de alinea staat in dat document op bytes 22721 tot 23519.