Citaat | Hoge Raad 10 juli 2015
Onder 3.2.1 Hoge Raad 10 juli 2015
Een alinea uit Hoge Raad 10 juli 2015, ECLI:NL:HR:2015:1836.
De Staat vordert in deze procedure het hiervoor in 3.1 onder (iv) genoemde bedrag van [verweerder]. Aan zijn vordering heeft de Staat ten grondslag gelegd dat hij als beheerder van het vaarwater waarin de Qubio is gezonken, deze kosten heeft gemaakt, en dat hij die kosten op grond van art. 10 Wrakkenwet in verbinding met art. 6:162 BW kan verhalen op [verweerder], nu deze daarvoor aansprakelijk is uit onrechtmatige daad. Volgens de Staat is van een onrechtmatige daad van [verweerder] sprake nu de Qubio op de bodem van het door de Staat beheerde vaarwater is terechtgekomen en een zodanig gevaar vormde voor de scheepvaart dat de Staat als beheerder van het vaarwater redelijkerwijs was genoodzaakt om over te gaan tot markering van het schip. De Staat heeft voor deze grondslag verwezen naar HR 14 oktober 1994, ECLI:NL:HR:1994:ZC1482, NJ 1995/720 (Staat/August de Meijer) en HR 8 maart 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD8170, NJ 2003/372 (Staat/KMT).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d5fe533855137d856d1de113f84b2830ce87c8315024aa2ab56e796bbfd7f46a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d5fe533855137d856d1de113f84b2830ce87c8315024aa2ab56e796bbfd7f46a, en de alinea staat in dat document op bytes 9406 tot 10392.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d5fe533855137d856d1de113f84b2830ce87c8315024aa2ab56e796bbfd7f46a | shasum -a 256