Citaat | Hoge Raad 30 januari 2015
Onder 3.1 Hoge Raad 30 januari 2015
Een alinea uit Hoge Raad 30 januari 2015, ECLI:NL:HR:2015:188.
(iv) Op 21 juli 2014 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden op de hiervoor onder (iii) genoemde locatie. Daarbij waren aanwezig de advocaat van betrokkene, de behandelend arts, een ambulant verpleegkundige en de persoonlijk begeleidster van betrokkene. Betrokkene zelf is niet bij de mondelinge behandeling verschenen. Blijkens het proces-verbaal van de mondelinge behandeling heeft de persoonlijk begeleidster verklaard dat betrokkene ’s ochtends nog in het gebouw aanwezig was, maar inmiddels was vertrokken. Het proces-verbaal houdt als verklaring van de advocaat van betrokkene in dat zij hem op de hoogte heeft gesteld van datum, tijdstip en plaats van de mondelinge behandeling.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8efc38f0d478a4bf2dcc4d90d5ce464a68784411660d701d545eabd1155c3ba6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8efc38f0d478a4bf2dcc4d90d5ce464a68784411660d701d545eabd1155c3ba6, en de alinea staat in dat document op bytes 8109 tot 8818.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8efc38f0d478a4bf2dcc4d90d5ce464a68784411660d701d545eabd1155c3ba6 | shasum -a 256