Citaat | Hoge Raad 30 januari 2015

Onder 3.3.3 Hoge Raad 30 januari 2015

Een alinea uit Hoge Raad 30 januari 2015, ECLI:NL:HR:2015:188.

De rechtbank heeft haar oordeel, dat erop neerkomt dat betrokkene niet bereid was zich te doen horen, gegrond op de omstandigheden dat betrokkene behoorlijk is opgeroepen, dat de advocaat van betrokkene ter zitting heeft verklaard dat zij betrokkene op de hoogte had gesteld van datum, tijdstip en plaats van de mondelinge behandeling, en de mededeling van de persoonlijk begeleidster van betrokkene dat betrokkene ’s ochtends nog in het gebouw aanwezig was, maar inmiddels was vertrokken. In het licht van het grote belang dat moet worden gehecht aan het horen van betrokkene, zoals hiervoor in 3.3.2 overwogen, zijn de door de rechtbank vermelde omstandigheden onvoldoende voor het oordeel dat betrokkene niet bereid was zich te doen horen. Daarbij neemt de Hoge Raad in aanmerking dat de advocaat van betrokkene op 17 juli 2014 blijkens het proces-verbaal van de zitting van die datum de rechtbank heeft medegedeeld dat betrokkene de rechter wilde spreken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8efc38f0d478a4bf2dcc4d90d5ce464a68784411660d701d545eabd1155c3ba6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8efc38f0d478a4bf2dcc4d90d5ce464a68784411660d701d545eabd1155c3ba6, en de alinea staat in dat document op bytes 11399 tot 12374.