Citaat | Hoge Raad 3 februari 2015

Onder 2.5. Hoge Raad 3 februari 2015

Een alinea uit Hoge Raad 3 februari 2015, ECLI:NL:HR:2015:193.

Wat er zij van het oordeel van het Hof dat sprake is van een vormverzuim als bedoeld in art. 359a Sv, is, gelet op de hiervoor aangeduide motiveringsvoorschriften, 's Hofs oordeel dat bewijsuitsluiting het rechtsgevolg moet zijn van het door het Hof aangenomen verzuim, niet naar behoren met redenen omkleed. Daarbij neemt de Hoge Raad in aanmerking dat het oordeel van het Hof dat de "verdachte in zijn verdediging is geschaad omdat thans niet meer is vast te stellen op grond waarvan en door wie de machtiging tot binnentreding in zijn woning is verleend" niet begrijpelijk is in het licht van 's Hofs vaststelling dat bedoelde machtiging op 12 oktober 2010 is afgegeven door de hulpofficier van justitie T.G.C. Romme, en ook overigens uit de beslissing van het Hof niet blijkt welk concreet nadeel voor de verdachte door het verzuim is veroorzaakt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ca1fa505250254af10fb234a24691982826e56c6e3f2e0c86a5cec53f663997f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ca1fa505250254af10fb234a24691982826e56c6e3f2e0c86a5cec53f663997f, en de alinea staat in dat document op bytes 14580 tot 15444.