Citaat | Hoge Raad 3 februari 2015
Onder 2.3.3. Hoge Raad 3 februari 2015
Een alinea uit Hoge Raad 3 februari 2015, ECLI:NL:HR:2015:200.
Dat verdachte zich de overboeking niet zou hebben gerealiseerd, is ongeloofwaardig, gelet op de gelijkenis met de gebeurtenissen die zich, zoals besproken bij feit 7, enkele maanden later hebben voorgedaan. Ook ten aanzien van dit feit is bewezen dat verdachte bij het advies het oogmerk had het bedrag voor zichzelf te kunnen gebruiken, wat hij vervolgens heeft gedaan. En ook voor dit feit geldt dat het slachtoffer mede tot de afgifte is bewogen door de vertrouwenwekkende omstandigheid dat verdachte verzekeringsadviseur was, toentertijd bij [C]."
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ed7baa58f221c9b19eb815cd0a80e814a6274bdd3acbb5450ede0f3c6437b352. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ed7baa58f221c9b19eb815cd0a80e814a6274bdd3acbb5450ede0f3c6437b352, en de alinea staat in dat document op bytes 33474 tot 34038.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ed7baa58f221c9b19eb815cd0a80e814a6274bdd3acbb5450ede0f3c6437b352 | shasum -a 256