Citaat | Hoge Raad 3 februari 2015
Onder 2.2.3. Hoge Raad 3 februari 2015
Een alinea uit Hoge Raad 3 februari 2015, ECLI:NL:HR:2015:201.
Het hof gaat uit van de lezing die de verdachte heeft gegeven over de wijze waarop de kinderzitjes in zijn bezit zijn gekomen. Hieruit kan worden afgeleid dat verdachte de kinderzitjes op het moment dat hij deze aantrof rechtmatig, als vinder, onder zich had. Uit de inhoud van de bewijsmiddelen, in het bijzonder de omstandigheid dat verdachte de gevonden kinderzitjes te koop heeft aangeboden op internet, volgt dat de verdachte vervolgens als heer en meester over de kinderzitjes is gaan beschikken en heeft hij deze zich toegeëigend. Het had echter op de weg van verdachte gelegen om van deze gevonden voorwerpen melding te doen bij de autoriteiten. Het hof is, mede met verwijzing naar het hierboven overwogene, van oordeel dat de verdachte, gelet op de staat van de kinderzitjes, niet heeft mogen aannemen dat de eigenaar hier afstand van heeft gedaan. De kinderzitjes vertegenwoordigen waarde in het economische verkeer en van omstandigheden op grond waarvan verdachte kon en mocht menen dat de gevonden voorwerpen rechtens toekomen aan de eerlijke vinder, is niet gebleken. Die zitjes waren dus niet van verdachte en dus was de toeëigening wederrechtelijk.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/076e82ca5fca25b95f77fa2b985526944bf1ab9ba2a377479da557e5c5bcddc5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 076e82ca5fca25b95f77fa2b985526944bf1ab9ba2a377479da557e5c5bcddc5, en de alinea staat in dat document op bytes 13283 tot 14462.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/076e82ca5fca25b95f77fa2b985526944bf1ab9ba2a377479da557e5c5bcddc5 | shasum -a 256