Citaat | Hoge Raad 3 februari 2015

Onder 2.3.3. Hoge Raad 3 februari 2015

Een alinea uit Hoge Raad 3 februari 2015, ECLI:NL:HR:2015:202.

In gevallen waarin niet alle redengevende feiten of omstandigheden kunnen worden afgeleid uit de gebezigde bewijsmiddelen en evenmin met voldoende mate van nauwkeurigheid het wettige bewijsmiddel is aangegeven waaraan die feiten of omstandigheden zijn ontleend, kan echter het verhandelde ter terechtzitting - waaronder begrepen de inhoud van de aldaar voorgehouden stukken van het dossier alsmede hetgeen aldaar naar voren is gebracht - aanleiding zijn voor het oordeel dat een nieuwe behandeling van de zaak niet tot een andere uitkomst ten aanzien van de bewezenverklaring zal leiden, zodat de verdachte in cassatie niet een voldoende in rechte te respecteren belang heeft bij zijn klacht over de toereikendheid van de bewijsvoering. In dergelijke gevallen kan zo een klacht met toepassing van art. 81, eerste lid, RO of, indien het beroep in cassatie uitsluitend deze klacht bevat, met toepassing van art. 80a RO worden afgedaan (vgl. HR 2 april 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ5960, NJ 2013/383, rov. 2.4).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/85e538f62764e3537d73f0600a1daf640842e423ee923b724c5226532e802bf7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 85e538f62764e3537d73f0600a1daf640842e423ee923b724c5226532e802bf7, en de alinea staat in dat document op bytes 18421 tot 19438.