Citaat | Hoge Raad 3 februari 2015
Onder 2.2. Hoge Raad 3 februari 2015
Een alinea uit Hoge Raad 3 februari 2015, ECLI:NL:HR:2015:207.
Op 12 november 2009 had ik afgesproken met [medeverdachte 2]. [medeverdachte 3] was bij [medeverdachte 2] thuis. Begin van de avond kwam [medeverdachte 4]. We bedachten een plan om een pizza en sigaretten te bestellen bij een pizzatent. Vervolgens zouden we de pizzakoerier opwachten en beroven van zijn geld en sigaretten. Het plan was om de pizzakoerier op een vals adres te laten bezorgen aan de Willem Bilderdijkhof te Delft. Ik hoorde dat [medeverdachte 4] pizza [A] belde. Hij bestelde pizza's en twee pakjes sigaretten. Omstreeks 21.00 uur kwam een andere jongen die ik ken als [verdachte] naar de flat van [medeverdachte 2]. [verdachte] had een personenauto van het merk Opel Omega 2.0 16v. We zijn allen in de auto gaan zitten. [verdachte] vertelde dat hij wel zou bellen naar pizza [A] om extra pizza's te bestellen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2f631e21d28c04d1227dd7113ff9b2dbccd37a3bcb7b7ca9cc25a8e96c25ca5f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2f631e21d28c04d1227dd7113ff9b2dbccd37a3bcb7b7ca9cc25a8e96c25ca5f, en de alinea staat in dat document op bytes 12365 tot 13204.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2f631e21d28c04d1227dd7113ff9b2dbccd37a3bcb7b7ca9cc25a8e96c25ca5f | shasum -a 256