Citaat | Hoge Raad 3 februari 2015
Onder 2.2. Hoge Raad 3 februari 2015
Een alinea uit Hoge Raad 3 februari 2015, ECLI:NL:HR:2015:207.
Op een gegeven moment kwam de pizzakoerier aanrijden. Hij reed vlak langs mij en [medeverdachte 2]. [medeverdachte 2] droeg een capuchon over zijn hoofd. De pizzakoerier reed verder en we zijn in de auto van [verdachte] gaan zitten. De pizzakoerier kwam weer aanrijden en [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] stapten uit de auto en kwamen als eerste bij de pizzakoerier. Ik zag dat [medeverdachte 2] en [verdachte] iets later uitstapten en ook naar de pizzakoerier liepen. [verdachte] ging weer achter het stuur zitten en de rest achterin. [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] hielden een aantal pizzadozen vast. Zij hadden ieder een pakje sigaretten. In Rotterdam parkeerde [verdachte] de auto. Ik zag dat de jongens een aantal bankbiljetten van 10 euro in hun hand hielden, in totaal wel 200 euro. We zijn in Rotterdam naar het casino gegaan. Ik kreeg van [verdachte] geld.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2f631e21d28c04d1227dd7113ff9b2dbccd37a3bcb7b7ca9cc25a8e96c25ca5f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2f631e21d28c04d1227dd7113ff9b2dbccd37a3bcb7b7ca9cc25a8e96c25ca5f, en de alinea staat in dat document op bytes 13214 tot 14106.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2f631e21d28c04d1227dd7113ff9b2dbccd37a3bcb7b7ca9cc25a8e96c25ca5f | shasum -a 256