Citaat | Hoge Raad 3 februari 2015

Onder 4.4. Hoge Raad 3 februari 2015

Een alinea uit Hoge Raad 3 februari 2015, ECLI:NL:HR:2015:207.

Wanneer de overtuiging van zijn schuld en de wil om te veroordelen niet op voorhand aanwezig zijn, denk ik dat geen andere uitkomst dan vrijspraak mogelijk is. Door de beschikbare bewijsmiddelen kunt u niet overtuigd raken. En dat is wel wat art. 338 Sv eist. Ik licht dat toe. (...)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2f631e21d28c04d1227dd7113ff9b2dbccd37a3bcb7b7ca9cc25a8e96c25ca5f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2f631e21d28c04d1227dd7113ff9b2dbccd37a3bcb7b7ca9cc25a8e96c25ca5f, en de alinea staat in dat document op bytes 19536 tot 19858.