Citaat | Hoge Raad 3 februari 2015
Onder 4.4. Hoge Raad 3 februari 2015
Een alinea uit Hoge Raad 3 februari 2015, ECLI:NL:HR:2015:207.
Beiden verklaren aanvankelijk immers dat [medeverdachte 1] in de auto bleef zitten, iets waarvan we inmiddels weten dat het onzin is. Dat [medeverdachte 2] dit verklaart zonder voorafgaand overleg met [medeverdachte 1] is erg onwaarschijnlijk. Hoe zou hij immers moetenweten dat [medeverdachte 1] dit verklaard heeft als hij hem daarover niet gesproken heeft? Hij heeft het in ieder geval niet waargenomen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2f631e21d28c04d1227dd7113ff9b2dbccd37a3bcb7b7ca9cc25a8e96c25ca5f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2f631e21d28c04d1227dd7113ff9b2dbccd37a3bcb7b7ca9cc25a8e96c25ca5f, en de alinea staat in dat document op bytes 21806 tot 22225.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2f631e21d28c04d1227dd7113ff9b2dbccd37a3bcb7b7ca9cc25a8e96c25ca5f | shasum -a 256