Citaat | Hoge Raad 14 augustus 2015

Onder 2.4. Hoge Raad 14 augustus 2015

Een alinea uit Hoge Raad 14 augustus 2015, ECLI:NL:HR:2015:2162.

Omtrent het door belanghebbende met dagtekening 18 februari 2010 ingediende bezwaarschrift, dat de Inspecteur op 19 februari 2010 ontving, heeft het Hof geoordeeld dat dit niet tijdig is ingediend, aangezien de termijn op 11 februari 2010 was geëindigd. Daaraan doet niet af dat de navorderingsaanslag was geadresseerd aan [G], aangezien aannemelijk is dat indertijd door of namens belanghebbende is verzocht om de aanslagbiljetten van belanghebbende aan [G] te zenden. Belanghebbende heeft niet betwist dat het aanslagbiljet op 31 december 2009 is verzonden, zodat ervan wordt uitgegaan dat de navorderingsaanslag IB/PVV 2004 per die datum op juiste wijze is bekendgemaakt. Dat het aanslagbiljet de geadresseerde pas later heeft bereikt, doet de bezwaartermijn niet op een ander moment aanvangen. Aangezien van een verschoonbare termijnoverschrijding evenmin sprake is, moet het bezwaarschrift niet‑ontvankelijk worden verklaard, aldus nog steeds het Hof.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/41bb6a6d73b792a4020f2b315f863826bf302d4c3f4c79845544648ec21a1beb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 41bb6a6d73b792a4020f2b315f863826bf302d4c3f4c79845544648ec21a1beb, en de alinea staat in dat document op bytes 11757 tot 12729.