Citaat | Hoge Raad 14 augustus 2015

Onder 2.6. Hoge Raad 14 augustus 2015

Een alinea uit Hoge Raad 14 augustus 2015, ECLI:NL:HR:2015:2168.

Daarvan uitgaande is zonder nadere motivering, welke ontbreekt, niet begrijpelijk ’s Hofs kennelijke opvatting dat belanghebbende in gebreke is gebleven in de nakoming van de op haar op grond van artikel 47 AWR rustende verplichtingen. Voor omkering en verzwaring van de bewijslast wegens niet-nakoming van die verplichtingen is immers geen plaats indien belanghebbende niet over de gevraagde gegevens beschikte of kon beschikken, toen de Inspecteur haar na het overlijden van haar echtgenoot, in verband met de onderhavige jaren 2004 tot en met 2006, vroeg om informatie met betrekking tot de door de echtgenoot bij de KBLux-bank aangehouden rekening (vgl. HR 25 januari 2002, nr. 36063, ECLI:NL:HR:2002:AD8475, BNB 2002/136). De klacht is derhalve gegrond.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ca38980c0591542c662926242c06c84d67bce749c6cd5694b5565bad265db87c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ca38980c0591542c662926242c06c84d67bce749c6cd5694b5565bad265db87c, en de alinea staat in dat document op bytes 14270 tot 15043.