Citaat | Hoge Raad 14 augustus 2015
Onder 3.7.5 Hoge Raad 14 augustus 2015
Een alinea uit Hoge Raad 14 augustus 2015, ECLI:NL:HR:2015:2192.
Indien sprake is van vermenging van twee of meer roerende zaken, dient de vraag of een hoofdzaak kan worden aangewezen te worden beantwoord aan de hand van de criteria van art. 5:14 lid 3 BW. Volgens die criteria kan een hoofdzaak worden aangewezen indien de waarde van één van de zaken die van de andere aanmerkelijk overtreft of indien één van de zaken volgens verkeersopvatting als hoofdzaak kan worden beschouwd. In een geval van vermenging van gelijksoortige zaken geeft de verkeersopvatting geen bruikbaar criterium, en is dus uitsluitend beslissend of één van de zaken de andere aanmerkelijk in waarde overtreft. Mede gelet op de mogelijke rechtsgevolgen – verlies van recht, zie hiervoor in 3.7.4, tweede zin – dient niet spoedig te worden aangenomen dat het waardeverschil tussen de zaken ‘aanmerkelijk’ is.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9fdd4f18a67d2b067326bf65d958351af9108d1f2e818baa0b6ddcf63ae5711a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9fdd4f18a67d2b067326bf65d958351af9108d1f2e818baa0b6ddcf63ae5711a, en de alinea staat in dat document op bytes 36802 tot 37645.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/9fdd4f18a67d2b067326bf65d958351af9108d1f2e818baa0b6ddcf63ae5711a | shasum -a 256