Citaat | Hoge Raad 6 februari 2015
Onder 3.1 Hoge Raad 6 februari 2015
Een alinea uit Hoge Raad 6 februari 2015, ECLI:NL:HR:2015:228.
(iii) Vervolgens is discussie ontstaan over de vraag welke werkwijze moest worden gehanteerd bij de verkoop van de verpande zaken en door wie dat moest gebeuren alsmede over de hoogte van de door Rabobank te betalen boedelbijdrage. De curator schreef in dat kader op 4 augustus 2010 dat hij Rabobank een termijn van vier weken stelde om tot uitoefening van haar rechten overeenkomstig art. 57 Fw over te gaan, bij gebreke waarvan hij de goederen zou opeisen en overeenkomstig de art. 101 of 176 Fw zou verkopen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/38e7ecfc03c6b17d95c743dad76048a9b859b3d70c907ba3efa3e48c340a87b5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 38e7ecfc03c6b17d95c743dad76048a9b859b3d70c907ba3efa3e48c340a87b5, en de alinea staat in dat document op bytes 9228 tot 9753.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/38e7ecfc03c6b17d95c743dad76048a9b859b3d70c907ba3efa3e48c340a87b5 | shasum -a 256