Citaat | Hoge Raad 6 februari 2015
Onder 3.3.5 Hoge Raad 6 februari 2015
Een alinea uit Hoge Raad 6 februari 2015, ECLI:NL:HR:2015:228.
De bevoegdheid tot opeising van de zaken na het verstrijken van de op grond van art. 58 Fw gestelde termijn, evenals het stellen van die termijn zelf, is aan de curator gegeven in het belang van de boedel. De mogelijkheid van het stellen van de termijn is aan de curator gegeven om hem in de gelegenheid te stellen spoedig duidelijkheid te krijgen over de omvang van de boedel, uitgaande van de veronderstelling dat de boedel niet gebaat is met een talmende separatist. Met art. 58 Fw wordt beoogd de vereffening van de boedel te bevorderen ten behoeve van de crediteuren, die op een uitkering uit de boedel zijn aangewezen. Het opeisen van de zaken en het vervolgens door de curator executeren daarvan na het verstrijken van de gestelde termijn heeft tot gevolg dat de zekerheidsgerechtigde crediteur zijn separatistenpositie heeft verloren en dat hij zal moeten bijdragen in de omslag van de algemene faillissementskosten. Deze bevoegdheid tot opeisen na het verlopen van de termijn is een bevoegdheid die de curator om dezelfde redenen heeft verkregen als het stellen van die termijn: nu de boedel niet gebaat is bij een talmende separatist zal de curator zelf het heft in eigen handen moeten nemen. (rov. 4.4.1)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/38e7ecfc03c6b17d95c743dad76048a9b859b3d70c907ba3efa3e48c340a87b5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 38e7ecfc03c6b17d95c743dad76048a9b859b3d70c907ba3efa3e48c340a87b5, en de alinea staat in dat document op bytes 21812 tot 23066.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/38e7ecfc03c6b17d95c743dad76048a9b859b3d70c907ba3efa3e48c340a87b5 | shasum -a 256