Citaat | Hoge Raad 6 februari 2015
Onder 3.3.9 Hoge Raad 6 februari 2015
Een alinea uit Hoge Raad 6 februari 2015, ECLI:NL:HR:2015:228.
Tussen partijen is niet in geschil dat de vordering van Rabobank op [A] aanzienlijk groter is dan de netto-opbrengst van de verpande zaken. De schade die Rabobank heeft geleden door het optreden van de curator bestaat uit het verschil tussen de netto-opbrengst die zij als executerend pandhouder zou hebben gegenereerd (indien de curator geen fout zou hebben gemaakt en conform het door hem opgewekte vertrouwen zou hebben meegewerkt aan een verlenging van de termijn) en de uitkering die zij uit het faillissement zal ontvangen, rekening houdende met haar hoge voorrang en de omslag in de faillissementskosten. Uit de stellingen van partijen begrijpt het hof dat het faillissement nog loopt en er geen tussentijdse uitkering aan Rabobank in dit verband is gedaan. Hiermee staat vast dat de schadevergoeding die aan Rabobank ter zake toekomt dus een gelijke hoogte heeft aan de netto-executieopbrengst. Het hof verstaat de vorderingen van Rabobank aldus. (rov. 4.4.5)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/38e7ecfc03c6b17d95c743dad76048a9b859b3d70c907ba3efa3e48c340a87b5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 38e7ecfc03c6b17d95c743dad76048a9b859b3d70c907ba3efa3e48c340a87b5, en de alinea staat in dat document op bytes 29206 tot 30199.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/38e7ecfc03c6b17d95c743dad76048a9b859b3d70c907ba3efa3e48c340a87b5 | shasum -a 256