Citaat | Hoge Raad 6 februari 2015
Onder 4.2.2 Hoge Raad 6 februari 2015
Een alinea uit Hoge Raad 6 februari 2015, ECLI:NL:HR:2015:228.
Ook overigens kan het onderdeel niet tot cassatie leiden, omdat het oordeel van het hof dat Rabobank in de omstandigheden van het geval uit de gedragingen van de curator mocht afleiden dat deze zou meewerken aan een nieuwe verlenging van de termijn van art. 58 lid 1 Fw, zodanig dat Rabobank de geplande veiling probleemloos zou kunnen laten doorgaan, niet onjuist of onbegrijpelijk is. In dit verband mocht het hof betekenis toekennen aan de omstandigheden dat (i) de curator Rabobank op 28 september 2010 desgevraagd heeft meegedeeld geen bezwaar te hebben tegen het in vuistpand nemen van de zaken, (ii) de curator zijn faillissementsmedewerkster op 1 oktober 2010 hierop toezicht heeft laten houden, (iii) Rabobank onbetwist heeft gesteld dat er twintig opleggers nodig waren om alle zaken te vervoeren naar de opslagplaats van Rabobank en dat de curator dit kon weten, en (iv) de curator aan Rabobank in de periode gelegen tussen 28 september en 5 oktober 2010 geen enkele indicatie heeft gegeven dat hij van plan was de zaken op korte termijn op te eisen, teneinde deze zelf te verkopen zodra de mogelijkheid daartoe zich zou voordoen (rov. 4.4.3).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/38e7ecfc03c6b17d95c743dad76048a9b859b3d70c907ba3efa3e48c340a87b5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 38e7ecfc03c6b17d95c743dad76048a9b859b3d70c907ba3efa3e48c340a87b5, en de alinea staat in dat document op bytes 33737 tot 34905.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/38e7ecfc03c6b17d95c743dad76048a9b859b3d70c907ba3efa3e48c340a87b5 | shasum -a 256