Citaat | Hoge Raad 1 september 2015

Onder 3.2.2. Hoge Raad 1 september 2015

Een alinea uit Hoge Raad 1 september 2015, ECLI:NL:HR:2015:2452.

"Op 14 december 2010, omstreeks 14.00 uur, verscheen voor mij aan het bureau van politie te Utrecht, een manspersoon. Deze persoon vertelde mij dat hij het vermoeden had dat hij een aanrijding had gehad op de weg van Odijk naar Breukelen. Hij vertelde mij dat hij bestuurder was op een taxibus voor groepsvervoer. Ik hoorde dat hij daar in de gemeente reed om een groep kinderen op school af te zetten. Hij hoorde dat de kinderen tegen hem riepen dat hij moest uitkijken. Gelijk daarna hoorde hij een klap, alsof hij iets had geraakt. Hij heeft vervolgens niet omgekeken of hij daadwerkelijk iemand had geraakt. Hij vertelde mij dat hij gewoon was doorgereden. De persoon gaf op te zijn genaamd: [verdachte] , geboren [geboortedatum] 1981 te [geboorteplaats] . [verdachte] legitimeerde zich met een rijbewijs, waarop een goed gelijkende foto zat van de persoon die voor mij stond."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6e9e653ab1c314870f4511200f49483c0a279ee540d2896c43dc944c381cc482. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6e9e653ab1c314870f4511200f49483c0a279ee540d2896c43dc944c381cc482, en de alinea staat in dat document op bytes 13898 tot 14792.