Citaat | Hoge Raad 8 september 2015

Onder 3.5. Hoge Raad 8 september 2015

Een alinea uit Hoge Raad 8 september 2015, ECLI:NL:HR:2015:2465.

art. 40, tweede lid sub b onder iii, Verdrag inzake de rechten van het kind ten aanzien van de termijn waarbinnen een strafzaak tegen een jeugdige moet worden berecht, andere, verder gaande, eisen stelt dan reeds uit art. 14 IVBPR en art. 6 EVRM voortvloeien. Ook in die bepalingen wordt het in algemene termen omschreven uitgangspunt van een voortvarende behandeling uitgedrukt, terwijl bij de toepassing ervan rekening dient te worden gehouden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zijn eventuele jeugdige leeftijd daaronder begrepen (vgl. HR 3 oktober 2000, NJ 2000, 721, rov 3.15 en 3.16).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/277feb4a4c52b714ce71da5b3e303c5a6e8a78b2c9d2f13043565f8142aec047. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 277feb4a4c52b714ce71da5b3e303c5a6e8a78b2c9d2f13043565f8142aec047, en de alinea staat in dat document op bytes 23104 tot 23726.