Citaat | Hoge Raad 8 september 2015

Onder 3.4. Hoge Raad 8 september 2015

Een alinea uit Hoge Raad 8 september 2015, ECLI:NL:HR:2015:2465.

In verband met de in het middel opgeworpen vraag of de afdoeningstermijn van zestien maanden wel als redelijk kan worden beschouwd, merkt de Hoge Raad het volgende op. De afdoeningstermijn dient zodanig te zijn dat zowel recht wordt gedaan aan het belang dat is gemoeid met een voortvarende afdoening van de zaak als aan het belang dat is gelegen in de waarborging van de kwaliteit van het strafproces. In het geval van een jeugdige verdachte dient daarbij onder meer te worden gedacht aan geactualiseerd onderzoek naar de persoon van de verdachte met het oog op de mogelijke oplegging van pedagogisch verantwoorde straffen en/of maatregelen. De door de Hoge Raad gehanteerde vuistregel dat in gevallen waarin het strafrecht voor jeugdigen is toegepast, de zaak - zowel in eerste aanleg als in hoger beroep - niet binnen 24 maanden maar binnen 16 maanden dient te zijn afgedaan, beoogt recht te doen aan al deze belangen. Deze vuistregel laat geheel onverlet dat een zo mogelijk voortvarender afdoening onmiskenbaar gewenst is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/277feb4a4c52b714ce71da5b3e303c5a6e8a78b2c9d2f13043565f8142aec047. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 277feb4a4c52b714ce71da5b3e303c5a6e8a78b2c9d2f13043565f8142aec047, en de alinea staat in dat document op bytes 33287 tot 34327.