Citaat | Hoge Raad 8 september 2015
Onder 2.3. Hoge Raad 8 september 2015
Een alinea uit Hoge Raad 8 september 2015, ECLI:NL:HR:2015:2467.
Het huidige artikel 273f eerste lid aanhef sub 6 Sr vindt zijn oorsprong in het oude artikel 250a eerste lid aanhef sub 4 Sr zoals dat in de Wet opheffing algemeen bordeelverbod (Stb. 1999, 464) werd geïntroduceerd. Daarin werd strafbaar gesteld 'degene die opzettelijk voordeel trekt uit seksuele handelingen van een ander met een derde tegen betaling, terwijl hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat die ander zich onder de onder 1 genoemde omstandigheden beschikbaar stelt tot het plegen van die handelingen'. Deze onder 1 genoemde omstandigheden betreffen de (ongeoorloofde) middelen die een uitbuitingsituatie creëren of, anders gezegd, de (dwang)middelen waardoor iemand zich beschikbaar stelt tot het verrichten van seksuele handelingen met een derde tegen betaling. Als achtergrond wordt in de bijbehorende Memorie van Toelichting de introductie van deze strafbaarstelling, voor zover hier van belang, als volgt gemotiveerd: "Daar het niet volstrekt zeker is of met behulp van deelnemingsconstructies in voldoende mate effectief kan worden opgetreden tegen achtergronddaders, wordt voorgesteld ook uitdrukkelijk strafbaar te stellen degene die opzettelijk voordeel trekt uit seksuele handelingen van een ander met een derde, terwijl hij weet of behoort te weten dat die andere zich onvrijwillig prostitueert (...)" (Kamerstukken II 1996-1997, 25 437, nr. 3, p. 9)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ade0be9175726ffbdad6bbf5929e431da64d3a873add16034df015eb1128cec7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ade0be9175726ffbdad6bbf5929e431da64d3a873add16034df015eb1128cec7, en de alinea staat in dat document op bytes 23985 tot 25377.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ade0be9175726ffbdad6bbf5929e431da64d3a873add16034df015eb1128cec7 | shasum -a 256