Citaat | Hoge Raad 8 september 2015
Onder 2.3. Hoge Raad 8 september 2015
Een alinea uit Hoge Raad 8 september 2015, ECLI:NL:HR:2015:2467.
De slotsom, en daarmee het antwoord op de door het openbaar ministerie opgeworpen rechtsvraag, moet daarom ook zijn dat het opzet bij seksuele uitbuiting slechts gericht hoeft te zijn op het trekken van voordeel uit seksuele handelingen van een ander met een derde tegen betaling en derhalve niet op de situatie van seksuele uitbuiting op zichzelf. Naar het oordeel van het hof blijft, gelet op het voorgaande, echter wel als voorwaarde voor strafbaarheid op grond van artikel 273 lid 1 aanhef sub 6 staan dat diegene die voordeel trekt weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat sprake is van seksuele uitbuiting.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ade0be9175726ffbdad6bbf5929e431da64d3a873add16034df015eb1128cec7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ade0be9175726ffbdad6bbf5929e431da64d3a873add16034df015eb1128cec7, en de alinea staat in dat document op bytes 27503 tot 28130.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ade0be9175726ffbdad6bbf5929e431da64d3a873add16034df015eb1128cec7 | shasum -a 256