Citaat | Hoge Raad 8 september 2015
Onder 3.3. Hoge Raad 8 september 2015
Een alinea uit Hoge Raad 8 september 2015, ECLI:NL:HR:2015:2471.
Vooropgesteld dient te worden dat een aanvrager bij zijn aanvraag tot herziening aannemelijk moet maken dat en waarom getuigen op een hem belastende verklaring terugkomen. In hun verklaringen stellen [betrokkene 2] en [betrokkene 3] dat zij van [betrokkene 4] hebben gehoord dat de seksuele handelingen waarover zij tegenover de Rechter-Commissaris heeft verklaard, niet hebben plaatsgevonden. De aanvraag noch de verklaringen van [betrokkene 2] en [betrokkene 3] houden in dat door [betrokkene 4] redenen zijn opgegeven waarom zij tegenover hen anders heeft verklaard dan zij toen deed. Daarom is er onvoldoende grond om aan te nemen dat de tot het bewijs gebruikte verklaring onjuist is. De bij de aanvraag overgelegde verklaringen wekken derhalve niet een ernstig vermoeden als bedoeld in art. 457, eerste lid aanhef en onder c, Sv.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0be4f004f0e1ed8c2a5cd923a0b23de17bf723062c4c7af332d6917098ecd841. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0be4f004f0e1ed8c2a5cd923a0b23de17bf723062c4c7af332d6917098ecd841, en de alinea staat in dat document op bytes 6920 tot 7768.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0be4f004f0e1ed8c2a5cd923a0b23de17bf723062c4c7af332d6917098ecd841 | shasum -a 256