Citaat | Hoge Raad 8 september 2015

Onder 2.2.2. Hoge Raad 8 september 2015

Een alinea uit Hoge Raad 8 september 2015, ECLI:NL:HR:2015:2483.

In januari 2010 vertelde [betrokkene 1] mij dat [betrokkene 2] een brief zou hebben geschreven aan [verdachte] . Ik heb de brief gelezen en voelde dat er iets niet goed was. Ik ben met [betrokkene 1] naar huis gegaan, toen kwamen [betrokkene 2] en haar vriendin [betrokkene 4] ook. Ik vertelde [betrokkene 2] dat ik de brief had gelezen en vroeg wat er was gebeurd. Ik hoorde dat [betrokkene 4] tegen mij zei dat [betrokkene 2] seksueel misbruikt was door [verdachte] . [betrokkene 2] vertelde dat haar nicht [betrokkene 3] tegen haar had gezegd dat [verdachte] haar ook seksueel had misbruikt. Ik heb [betrokkene 3] gebeld. Ze zei dat ze inderdaad ook door [verdachte] was misbruikt. Daarna vertelde [betrokkene 1] dat hij het ook bij haar had gedaan. De brief die [betrokkene 2] aan [verdachte] heeft gestuurd, geef ik aan u.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bee4c1dba01e04867034848828360bd7ea47fe530018c42beaee15d297b47f18. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bee4c1dba01e04867034848828360bd7ea47fe530018c42beaee15d297b47f18, en de alinea staat in dat document op bytes 16205 tot 17045.