Citaat | Hoge Raad 11 september 2015
Onder 4.9 Hoge Raad 11 september 2015
Een alinea uit Hoge Raad 11 september 2015, ECLI:NL:HR:2015:2528.
Verder merkt het hof op dat de positieve beantwoording van de (…) vraag [of in een geval als het onderhavige sprake kan zijn van opvolgend vervoer] mede verband houdt met de ruime uitleg van het begrip opvolgend vervoer, welke inhoudt dat van opvolgend vervoer in de zin van de CMR óók sprake kan zijn indien de hoofdvervoerder, tevens wederpartij van de afzender, zelf niet een deel van het vervoer feitelijk uitvoert maar het gehele vervoer heeft opgedragen aan een andere vervoerder. Als argument voor deze, thans heersende, opvatting kan worden genoemd dat de ladingbelanghebbende niet in een slechtere positie mag komen te verkeren indien de hoofdvervoerder niet slechts een deel van het vervoer maar het gehele vervoer uitbesteedt aan een opvolgende vervoerder. In het verlengde hiervan moet worden geoordeeld dat het voor toepasselijkheid van artikel 34 CMR niet vereist is dat de vrachtbrief en de goederen door elke ingeschakelde opvolgende vervoerder zelf in ontvangst worden genomen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/402ea650b86d56950dddf9fb0a2d8b68025c7bf806ef1516ce85f2f9a27f0cf4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 402ea650b86d56950dddf9fb0a2d8b68025c7bf806ef1516ce85f2f9a27f0cf4, en de alinea staat in dat document op bytes 13265 tot 14276.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/402ea650b86d56950dddf9fb0a2d8b68025c7bf806ef1516ce85f2f9a27f0cf4 | shasum -a 256