Citaat | Hoge Raad 11 september 2015
Onder 3.8.4 Hoge Raad 11 september 2015
Een alinea uit Hoge Raad 11 september 2015, ECLI:NL:HR:2015:2528.
Art. 39 lid 1 CMR belet dus niet dat de vervoerder op wie verhaal wordt uitgeoefend, in de verhaalsprocedure verweren voert die in de procedure tussen de verhaalzoekende vervoerder en de derde niet konden worden gevoerd, zoals verweren die zien op de verhaalsvordering zelf (bijvoorbeeld het verweer dat deze vordering is verjaard of niet voor het bevoegde gerecht is ingesteld, of het verweer dat hoofdstuk VI CMR toepassing mist). Evenmin belet art. 39 lid 1 CMR dat de vervoerder op wie verhaal wordt uitgeoefend, in de verhaalsprocedure een beroep doet op een van de art. 37 en art. 38 CMR afwijkende regeling die op de voet van art. 40 CMR tussen hem en de verhaalzoekende vervoerder is overeengekomen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/402ea650b86d56950dddf9fb0a2d8b68025c7bf806ef1516ce85f2f9a27f0cf4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 402ea650b86d56950dddf9fb0a2d8b68025c7bf806ef1516ce85f2f9a27f0cf4, en de alinea staat in dat document op bytes 31056 tot 31776.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/402ea650b86d56950dddf9fb0a2d8b68025c7bf806ef1516ce85f2f9a27f0cf4 | shasum -a 256