Citaat | Hoge Raad 11 september 2015

Onder 3.4 Hoge Raad 11 september 2015

Een alinea uit Hoge Raad 11 september 2015, ECLI:NL:HR:2015:2533.

De klacht is gegrond. Ingevolge art. 2 lid 4 in verbinding met art. 5 lid 1 Wet Bopz moet in het geval dat de betrokkene reeds vrijwillig in een psychiatrisch ziekenhuis verblijft, bij het verzoek om een voorlopige machtiging een verklaring worden overgelegd van de geneesheer-directeur van het ziekenhuis waarin de betrokkene verblijft. Volgens vaste jurisprudentie is niet vereist dat de geneesheer-directeur de geneeskundige verklaring opmaakt, maar is voldoende dat hij de door de psychiater opgemaakte geneeskundige verklaring (mede) ondertekent (zie onder meer HR 1 juli 1994, ECLI:NL:HR:1994:ZC1425, NJ 1994/723, en HR 31 mei 1996, ECLI:NL:HR:1996:ZC2094, NJ 1997/36).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/39671efa93b02c7df0b6dce0d2900d47397f8c3e97dcdd91505d2a82ef0ae3ca. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 39671efa93b02c7df0b6dce0d2900d47397f8c3e97dcdd91505d2a82ef0ae3ca, en de alinea staat in dat document op bytes 9414 tot 10104.