Citaat | Hoge Raad 15 september 2015
Onder 2.4. Hoge Raad 15 september 2015
Een alinea uit Hoge Raad 15 september 2015, ECLI:NL:HR:2015:2636.
Opmerking verdient in dit verband het volgende. De tweede volzin van art. 447, derde lid, Sv bepaalt dat in de aanzegging als bedoeld in de eerste volzin van deze bepaling wordt gewezen op - kort gezegd - de termijn voor het (doen) indienen van een schriftuur houdende middelen van cassatie. In het geval dat de aanzegging die op of na 1 maart 2015 aan de klager is betekend, inhoudt dat - kort gezegd - op grond van art. 447, vierde lid, Sv een schriftuur houdende middelen van cassatie binnen dertig dagen moet zijn ingediend - en dus (nog) geen toepassing is gegeven aan art. 552d, derde lid tweede volzin, Sv -, dient te worden geoordeeld dat voor de klager de overschrijding van de termijn van veertien dagen verschoonbaar is, nu hij aan de aanzegging het gerechtvaardigde vertrouwen mag ontlenen dat de termijn waarbinnen hij een schriftuur moet (doen) indienen die in de aanzegging vermelde termijn betreft.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a67a66c0cce3053746b2f177a258d58c067ef37ce87e5523d5e41a97cf8c012d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a67a66c0cce3053746b2f177a258d58c067ef37ce87e5523d5e41a97cf8c012d, en de alinea staat in dat document op bytes 17707 tot 18635.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a67a66c0cce3053746b2f177a258d58c067ef37ce87e5523d5e41a97cf8c012d | shasum -a 256