Citaat | Hoge Raad 10 februari 2015

Onder 2.2. Hoge Raad 10 februari 2015

Een alinea uit Hoge Raad 10 februari 2015, ECLI:NL:HR:2015:272.

In eerste instantie bleven de mannen aan de overkant van de straat staan, toen ik naar hen wenkte om te komen omdat ik zelf het geld niet uit de automaat durfde te halen kwam de langste van de drie naar mij toe gelopen. Nadat ik mijn pincode en een bedrag van 1250,- euro, had ingetoetst is mijn bankpas en het geld door deze man uit de automaat gehaald. Hij heeft de bankpas en het geld in mijn portemonnee gestopt en heeft deze aan mij gegeven. We liepen gezamenlijk naar hun auto. Het was een zwarte, brede auto met alleen 2 voorportieren. Ze lieten mij achterin plaats nemen, achter de bestuurder. We reden weg, de lange man zei mij mijn portemonnee aan de bestuurder te geven, want dat was de arts. De lange man pakte mijn portemonnee uit mijn handen en gooide hem naar de man die op de bijrijderstoel zat en vervolgens aan de bestuurder. Vanaf de bestuurder kwam mijn portemonnee weer bij mij terug. Ik heb deze aangepakt en goed vast gehouden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1e4dbb569ccb795d3ed0c3cfd432192d80d7dbd55fb384a00194449e8542e370. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1e4dbb569ccb795d3ed0c3cfd432192d80d7dbd55fb384a00194449e8542e370, en de alinea staat in dat document op bytes 9067 tot 10031.