Citaat | Hoge Raad 18 september 2015

Onder 3.2.2 Hoge Raad 18 september 2015

Een alinea uit Hoge Raad 18 september 2015, ECLI:NL:HR:2015:2723.

De kantonrechter heeft de vordering van [verweerster] toegewezen. Naar hij oordeelde, dient de vordering te worden beoordeeld aan de hand van de maatstaven van HvJEU 5 maart 1996, gevoegde zaken C-46/93 en C-48/93, ECLI:EU:C:1996:79, NJ 1997/145 (Brasserie du PĂȘcheur). Hij achtte daarom beslissend of de Staat door art. 7 van (thans) Richtlijn 2003/88 niet te implementeren de grenzen van zijn discretionaire bevoegdheid kennelijk en ernstig heeft miskend. Die vraag beantwoordde hij bevestigend omdat hij van oordeel was dat uit de hiervoor in 3.1 onder (v) aangehaalde overwegingen van het Bectu-arrest van het HvJEU volgt dat genoemde bepaling in de weg staat aan een regeling als art. 7:635 lid 4 (oud) BW bevatte, en dat de Staat sinds die uitspraak niet langer heeft kunnen volhouden dat aanpassing van die bepaling niet nodig was. (rov. 4.2-4.5)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cbeeb3404ba9f2d2697ae69e990b189437ca2a301163f856720e5ad5db0f6a97. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cbeeb3404ba9f2d2697ae69e990b189437ca2a301163f856720e5ad5db0f6a97, en de alinea staat in dat document op bytes 22227 tot 23094.