Citaat | Hoge Raad 10 februari 2015

Onder 2.2.2. Hoge Raad 10 februari 2015

Een alinea uit Hoge Raad 10 februari 2015, ECLI:NL:HR:2015:274.

Ik zit hier omdat ik ben aangehouden voor belediging van een ambtenaar in functie. Ik zou uw collega's mierenneukers hebben genoemd. Dit kan ik bevestigen. Ik heb dit inderdaad gezegd. Vandaag, op 25 februari 2010, stond ik naast de Albert Heijn met een aantal jongens. Dit waren [betrokkene 1] en [betrokkene 2]. Ik stond half binnen, half buiten de ingang van de parkeergarage gelegen naast de Albert Heijn aan het Hendrik Jan van Heekplein 63 te Enschede. Hier werd ik aangesproken door uw collega's. Ik werd daar naar buiten gestuurd. Binnen stond een geopend blikje bier. Deze wilde ik meenemen om vervolgens het blikje bier in de afvalbak te gooien. Dit werd mij door uw collega afgepakt. De politieagent gooide het bier zelf weg en liep vervolgens weg. Toen ze wegliepen, riep ik dat de mannelijke agent een mierenneuker was. Ik vond hem heel kinderachtig. Ik geef toe dat ik heb geroepen dat hij een mierenneuker was."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bbe53541e30cd20662436354290c85bddb14bac8d90a5f8da9435fb8dde6bf89. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bbe53541e30cd20662436354290c85bddb14bac8d90a5f8da9435fb8dde6bf89, en de alinea staat in dat document op bytes 9616 tot 10555.