Citaat | Hoge Raad 22 september 2015

Onder 2.3. Hoge Raad 22 september 2015

Een alinea uit Hoge Raad 22 september 2015, ECLI:NL:HR:2015:2776.

Bij de op de voet van art. 434, eerste lid, Sv aan de Hoge Raad toegezonden stukken van het geding bevindt zich een brief van een medewerker van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen aan het Korps Landelijke Politiediensten van 7 juli 2009, welke inhoudt dat het besluit tot ongeldigverklaring van het rijbewijs van de verdachte van 24 november 2008 aangetekend aan de verdachte is verzonden en vervolgens retour is gekomen met de mededeling "niet afgehaald". Anders dan het Hof heeft geoordeeld kan uit de enkele omstandigheid dat voornoemd besluit "aan het juiste adres van verdachte is verzonden" niet volgen dat de verdachte redelijkerwijs moest weten dat zijn rijbewijs ongeldig was verklaard. De bewezenverklaring is niet naar de eis der wet met redenen omkleed.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cafa552ea3cf0d5a35f21fd770a3bcfd3f7917fb0b67184bdd759f0e6fc4d2d7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cafa552ea3cf0d5a35f21fd770a3bcfd3f7917fb0b67184bdd759f0e6fc4d2d7, en de alinea staat in dat document op bytes 13688 tot 14475.