Citaat | Hoge Raad 22 september 2015
Onder 2.3. Hoge Raad 22 september 2015
Een alinea uit Hoge Raad 22 september 2015, ECLI:NL:HR:2015:2780.
Het Hof heeft in de eerste plaats geoordeeld dat de verdachte de wettelijke termijn van veertien dagen voor het instellen van hoger beroep, die in het onderhavige geval zou zijn ingegaan op 3 januari 2014, heeft overschreden. Het Hof heeft kennelijk de feiten en omstandigheden waaraan door de verdediging de conclusie is verbonden dat de verdachte ervan mocht uitgaan dat de behandeling van haar zaak op de in de dagvaarding genoemde zittingsdag zou worden aangehouden niet aannemelijk bevonden. Dat oordeel is niet begrijpelijk, in aanmerking genomen dat de raadsman heeft aangevoerd, gestaafd met een proces-verbaal van de terechtzitting van de politierechter van 18 december 2013, dat de politierechter aan de verdachte en haar raadsman heeft meegedeeld dat de onderhavige strafzaak, waarvoor de verdachte een dagvaarding had ontvangen om te verschijnen ter terechtzitting van de Politierechter van 3 januari 2014, zou worden behandeld op 20 februari 2014.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/486deb7e07fdf1055b319024fb2c76dca39e4ecf693c833f0c9fedbfd5c3d5fe. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 486deb7e07fdf1055b319024fb2c76dca39e4ecf693c833f0c9fedbfd5c3d5fe, en de alinea staat in dat document op bytes 11987 tot 12961.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/486deb7e07fdf1055b319024fb2c76dca39e4ecf693c833f0c9fedbfd5c3d5fe | shasum -a 256