Citaat | Hoge Raad 22 september 2015

Onder 2.3.2. Hoge Raad 22 september 2015

Een alinea uit Hoge Raad 22 september 2015, ECLI:NL:HR:2015:2785.

Bij de beoordeling van een klaagschrift van de beslagene gericht tegen een beslag als bedoeld in art. 94a, eerste of tweede lid, Sv dient de rechter te onderzoeken a. of er ten tijde van zijn beslissing sprake is van verdenking van of veroordeling wegens een misdrijf waarvoor een geldboete van de vijfde categorie kan worden opgelegd en b. of zich niet het geval voordoet dat het hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, aan de klaagster, als verdachte, een verplichting tot betaling van een geldboete dan wel de verplichting tot betaling van een geldbedrag ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel zal opleggen.(Vgl. HR 28 september 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL2823, rov. 2.8, 2.9 en 2.14, NJ 2010/654.)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bcd1878a57d21db81cbc08121877eaac38a9eca58d7bd51073a5089f708aea94. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bcd1878a57d21db81cbc08121877eaac38a9eca58d7bd51073a5089f708aea94, en de alinea staat in dat document op bytes 10222 tot 10976.