Citaat | Hoge Raad 22 september 2015

Onder 2.2. Hoge Raad 22 september 2015

Een alinea uit Hoge Raad 22 september 2015, ECLI:NL:HR:2015:2786.

Het beklag richt zich tegen een beslag als bedoeld in artikel 94a Sv. De rechtbank dient te onderzoeken of er ten tijde van zijn beslissing sprake was van verdenking van of veroordeling wegens een misdrijf waarvoor een geldboete van de vijfde categorie kan worden opgelegd en of zich niet het geval voordoet dat hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, aan de verdachte een verplichting tot betaling van een geldboete dan wel de verplichting tot betaling van een geldbedrag ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel zal opleggen en of bij het indienen van een klaagschrift door een derde zich het geval voordoet dat buiten redelijke twijfel is dat de indiener als rechthebbende moet worden aangemerkt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eaf5d2d8ba0fa2615dd52abb3e023c7ebb085467a04a94bda29c850f5206e8b4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eaf5d2d8ba0fa2615dd52abb3e023c7ebb085467a04a94bda29c850f5206e8b4, en de alinea staat in dat document op bytes 7923 tot 8672.