Citaat | Hoge Raad 25 september 2015

Onder 4.3.1 Hoge Raad 25 september 2015

Een alinea uit Hoge Raad 25 september 2015, ECLI:NL:HR:2015:2805.

Volgens het onderdeel heeft de rechtbank ten onrechte, althans onvoldoende gemotiveerd, geoordeeld dat, indien al een plafond aan de vergoeding van [A] voor de bijzondere geschiktheid van het onteigende moet worden verbonden, dat plafond substantieel hoger is dan de op € 250.000,-- berekende opslag wegens bijzondere geschiktheid. Betoogd wordt dat een vergoeding voor bijzondere geschiktheid in gevallen als de onderhavige slechts kan worden toegewezen indien de kosten van het totale werk worden gedrukt doordat de onteigenaar een vergunning kan verkrijgen (in het onderhavige geval voor het storten van grond in de onteigende plas) die daarvoor dienstig is, en dat de vergoeding vanwege dat voordeel niet groter kan zijn dan het voordeel dat de onteigende zou hebben kunnen realiseren indien, de onteigening en het werk waarvoor wordt onteigend weggedacht, hem diezelfde vergunning verleend zou zijn (het onderdeel verwijst naar HR 14 juni 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE4378, NJ 2003/150). De rechtbank is derhalve ten onrechte uitgegaan van een andere vergunning dan de Staat had kunnen verkrijgen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/412dc8be2fb1f2f6c5d8ea84b8ef8c6b63e0fc0f92845fa649d113f18004daf2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 412dc8be2fb1f2f6c5d8ea84b8ef8c6b63e0fc0f92845fa649d113f18004daf2, en de alinea staat in dat document op bytes 17751 tot 18863.