Citaat | Hoge Raad 29 september 2015
Onder 2.5.1. Hoge Raad 29 september 2015
Een alinea uit Hoge Raad 29 september 2015, ECLI:NL:HR:2015:2860.
In zijn arrest van 2 april 2013, ECLI:NL:HR:2013: BZ5960, NJ 2013/383, heeft de Hoge Raad overwogen dat in gevallen waarin niet alle onderdelen van de bewezenverklaring kunnen worden afgeleid uit de gebezigde bewijsmiddelen, het verhandelde ter terechtzitting - waaronder begrepen de inhoud van de aldaar voorgehouden stukken van het dossier alsmede hetgeen aldaar naar voren is gebracht - onder omstandigheden aanleiding kan zijn voor het oordeel dat een nieuwe behandeling van de zaak niet tot een andere uitkomst ten aanzien van de bewezenverklaring zal leiden, zodat de verdachte in cassatie niet een voldoende in rechte te respecteren belang heeft bij zijn klacht over de toereikendheid van de bewijsvoering, en dat in dergelijke gevallen zo een klacht met toepassing van art. 81, eerste lid, RO kan worden afgedaan of, indien het beroep in cassatie uitsluitend deze klacht bevat, met toepassing van art. 80a RO.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a2e7966ec8dbbdf692eb8ff9d5ef5938c3572c43b50968dc844acf8573b02e1f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a2e7966ec8dbbdf692eb8ff9d5ef5938c3572c43b50968dc844acf8573b02e1f, en de alinea staat in dat document op bytes 18929 tot 19860.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a2e7966ec8dbbdf692eb8ff9d5ef5938c3572c43b50968dc844acf8573b02e1f | shasum -a 256