Citaat | Hoge Raad 29 september 2015

Onder 2.2.2. Hoge Raad 29 september 2015

Een alinea uit Hoge Raad 29 september 2015, ECLI:NL:HR:2015:2862.

Ik, [betrokkene 1] , [betrokkene 3] (het hof begrijpt: aangever [betrokkene 3] ) en [betrokkene 4] waren aan het chillen, toen [betrokkene 1] werd gebeld door zijn broertje. Zijn broertje, [betrokkene 5] , had gezegd dat hij naar huis moest komen want er stonden twee mannen voor de deur, die kwamen voor [betrokkene 1] . [betrokkene 1] zei tegen ons dat die jongens nog wat geld van hem kregen en dat ze opdringerig waren.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/34950dd2314b7aad7d003b1cf6c18f14e1c0e308ebc095592531c094fb105525. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 34950dd2314b7aad7d003b1cf6c18f14e1c0e308ebc095592531c094fb105525, en de alinea staat in dat document op bytes 15382 tot 15818.