Citaat | Hoge Raad 29 september 2015

Onder 2.2.2. Hoge Raad 29 september 2015

Een alinea uit Hoge Raad 29 september 2015, ECLI:NL:HR:2015:2862.

[betrokkene 1] woont aan de [a-straat] . Ik zag dat de twee mannen in de woonkamer waren. Ik hoorde dat [betrokkene 1] een beetje aan het bekvechten was met een van de mannen. Ik noem hem vanaf nu man 1. Ik hoorde [betrokkene 1] zeggen: 'Wat doe je in mijn huis klootzak'. De andere man stond in de keuken. Ik noem hem vanaf nu man 2. Ik merkte dat het bekvechten erger werd. Ik hoorde man 1 roepen 'Waar blijft mijn geld?'. Ik zag en hoorde dat man 1 steeds agressiever werd. Hij riep: 'Dit krijg je als ik te lang moet wachten, dan kom ik zelfs in je huis'. Ik zag ook aan zijn houding dat hij agressiever werd, hij begon [betrokkene 1] vast te pakken. Ik hoorde [betrokkene 1] zeggen: 'Rot op nu uit mijn huis.' Ik zag dat [betrokkene 1] man 1 vastpakte en hem een beetje naar de achterdeur toe bracht. Naast mij, [betrokkene 3] , [betrokkene 1] , man 1 en man 2, was ook het broertje [betrokkene 5] in de woonkamer. Ik hoorde [betrokkene 5] nog tegen man 1 zeggen dat het goed was en dat hij hem al geld had gegeven.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/34950dd2314b7aad7d003b1cf6c18f14e1c0e308ebc095592531c094fb105525. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 34950dd2314b7aad7d003b1cf6c18f14e1c0e308ebc095592531c094fb105525, en de alinea staat in dat document op bytes 15933 tot 16980.