Citaat | Hoge Raad 29 september 2015

Onder 2.2.3. Hoge Raad 29 september 2015

Een alinea uit Hoge Raad 29 september 2015, ECLI:NL:HR:2015:2862.

Onder meer op 8 februari 2012 is verdachte, met zijn broer [getuige] , medeverdachte, bij [betrokkene 1] aan de deur geweest, volgens zijn verklaring om het geld dat hij van [betrokkene 1] tegoed had, terug te vorderen. [betrokkene 1] was echter niet thuis. Op 9 februari 2012 is verdachte in de ochtend naar de woning van [betrokkene 1] gegaan en sprak daar met de jongere broer van [betrokkene 1] , [betrokkene 5] . Omdat [betrokkene 1] er zelf niet was, zou verdachte later die dag terugkomen. Omstreeks 19.30 uur is verdachte wederom met zijn broer naar de woning van [betrokkene 1] gegaan. Na de komst van [betrokkene 1] , die vergezeld was van de andere twee aangevers, ontstond er daar een woordenwisseling tussen [betrokkene 1] en verdachte. [betrokkene 1] wilde verdachte zijn woning uit hebben. De ruzie was kennelijk zo heftig dat één van de daar aanwezigen de politie rond 20:15 uur heeft gebeld. Voordat de politie om 20:18 uur arriveerde, waren verdachte en zijn broer met de auto weggereden. Toen verdachte wegging uitte hij de bedreiging: 'Ze gaan zien, wacht maar.'

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/34950dd2314b7aad7d003b1cf6c18f14e1c0e308ebc095592531c094fb105525. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 34950dd2314b7aad7d003b1cf6c18f14e1c0e308ebc095592531c094fb105525, en de alinea staat in dat document op bytes 28024 tot 29121.