Citaat | Hoge Raad 29 september 2015

Onder 2.5. Hoge Raad 29 september 2015

Een alinea uit Hoge Raad 29 september 2015, ECLI:NL:HR:2015:2867.

Het hof overweegt te dien aanzien als volgt. Op grond van de inhoud van het dossier zoals daarvan tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken gaat het hof bij de beoordeling van de zaak uit van de volgende feiten en omstandigheden. Terwijl de verdachte in zijn bovenwoning aan de [a-straat 1] te 's-Gravenhage lag te slapen werd aldaar op 19 maart 2012 de benedendeur geforceerd door aangever [aangever] en zijn compaan [betrokkene 2] . [aangever] heeft hierover verklaard dat hij 'verhaal wilde halen' bij de verdachte. [aangever] ging samen met [betrokkene 2] de woning van de verdachte in. In de slaapkamer aangekomen pakte aangever de verdachte beet en smeet hem tegen het dressoir. Op enig moment kreeg de verdachte van aangever een pistool te zien. Hierna ging dit pistool over in de handen van [betrokkene 2] en verdween het uit het zicht van de verdachte. Ook [betrokkene 2] zelf verdween tijdelijk uit beeld. De verdachte werd vervolgens in de gelegenheid gesteld zich aan te kleden. Het hof stelt vast dat in de bovenwoning sprake is geweest van een wederrechtelijke aanranding van de verdachte door aangever en diens compaan [betrokkene 2] , maar dat deze eindigde op het moment waarop de verdachte in de gelegenheid wordt gesteld zich aan te kleden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0645b751c39a345f0afd7b80180c6e1bd8739c055bfface5e84b1d2e1dad89c1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0645b751c39a345f0afd7b80180c6e1bd8739c055bfface5e84b1d2e1dad89c1, en de alinea staat in dat document op bytes 14997 tot 16280.