Citaat | Hoge Raad 9 oktober 2015

Onder 2.3.2. Hoge Raad 9 oktober 2015

Een alinea uit Hoge Raad 9 oktober 2015, ECLI:NL:HR:2015:2989.

Voor het oordeel dat het besluitvormingsproces van de douaneautoriteiten zonder de schending een andere afloop zou kunnen hebben gehad, is niet vereist dat de douaneautoriteiten zonder deze schending zouden hebben afgezien van het vaststellen van één of meer van de desbetreffende uitnodigingen tot betaling of dat zij deze op een lager bedrag zouden hebben gesteld. Voldoende is te bewijzen dat wanneer de schending niet had plaatsgevonden degene tot wie de uitnodiging tot betaling is gericht, een inbreng had kunnen leveren die voor het vaststellen van de uitnodiging tot betaling van belang was en waarvan niet kan worden uitgesloten dat deze tot een besluitvormingsproces met een andere afloop had kunnen leiden. De rechter dient een en ander te beoordelen aan de hand van de specifieke feitelijke en juridische omstandigheden van het geval (zie HR 26 juni 2015, nr. 10/02774bis, ECLI:NL:HR:2015:1666, BNB 2015/186, onderdelen 2.3.2 en 2.3.3).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cdfeaa85563be0ed936a38fed0d8daddd90c2ae892527e68a3e4a66551015456. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cdfeaa85563be0ed936a38fed0d8daddd90c2ae892527e68a3e4a66551015456, en de alinea staat in dat document op bytes 11475 tot 12438.