Citaat | Hoge Raad 9 oktober 2015

Onder 2.3.3. Hoge Raad 9 oktober 2015

Een alinea uit Hoge Raad 9 oktober 2015, ECLI:NL:HR:2015:2989.

De hiervoor in 2.1.3 omschreven oordelen van het Hof geven, gelet op hetgeen hiervoor in 2.3.2, tweede alinea, is overwogen blijk van een onjuiste rechtsopvatting, aangezien het Hof niet de aldaar omschreven toetsing heeft uitgevoerd, maar heeft volstaan met de in cassatie niet bestreden vaststelling dat belanghebbende alsnog in de beroepsfase erin is geslaagd misverstanden bij de Inspecteur weg te nemen, en met het oordeel dat de inbreng van belanghebbende een juridische stelling betrof die ook na het uitreiken van de uitnodigingen tot betaling kan worden getoetst. Met betrekking tot dit laatste heeft te gelden dat indien een inbreng een juridische stelling betreft beoordeeld dient te worden of deze stelling zodanig hout snijdt dat deze tot een andere afloop had kunnen leiden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cdfeaa85563be0ed936a38fed0d8daddd90c2ae892527e68a3e4a66551015456. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cdfeaa85563be0ed936a38fed0d8daddd90c2ae892527e68a3e4a66551015456, en de alinea staat in dat document op bytes 12534 tot 13336.