Citaat | Hoge Raad 9 oktober 2015
Onder 2.1.2. Hoge Raad 9 oktober 2015
Een alinea uit Hoge Raad 9 oktober 2015, ECLI:NL:HR:2015:2991.
In september 2007 heeft de FIOD-ECD een inval gedaan bij vermogensbeheerder [D] B.V. (hierna: [D] ), een in Nederland gevestigde vennootschap die tevens een vestiging in [Q] (België) heeft. Op 27 juli 2010 heeft de Officier van Justitie de gegevens van de beleggers van [D] ter beschikking gesteld aan de Belastingdienst. De Inspecteur heeft deze gegevens verkregen op of kort na 14 januari 2011. Naar aanleiding daarvan heeft de Inspecteur aan erflater op 21 januari 2011 een vragenbrief gestuurd met betrekking tot de participaties onder de klantnummers [002] en [003] . Belanghebbenden hebben daarop geantwoord bij brief van 27 januari 2011 en daarbij verwezen naar de inkeer. Bij brief van 3 februari 2011 heeft de Inspecteur belanghebbenden bericht dat bij de hiervoor in 2.1.1 vermelde inkeer slechts één rekening aan de orde is geweest en dat er een tweede rekening blijkt te zijn.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/42e1664b3d463f05b838f2857e7917362a828b8e4ac6f34b028338e1a4ea02c0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 42e1664b3d463f05b838f2857e7917362a828b8e4ac6f34b028338e1a4ea02c0, en de alinea staat in dat document op bytes 6473 tot 7377.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/42e1664b3d463f05b838f2857e7917362a828b8e4ac6f34b028338e1a4ea02c0 | shasum -a 256