Citaat | Hoge Raad 9 oktober 2015

Onder 3.3 Hoge Raad 9 oktober 2015

Een alinea uit Hoge Raad 9 oktober 2015, ECLI:NL:HR:2015:3009.

Het middel klaagt dat het hof het (tegen)bewijsaanbod van [eiser] heeft gepasseerd op een wijze die rechtens onjuist, althans onbegrijpelijk is. Het bewijsaanbod van [eiser] voldoet aan de eis van art. 166 lid 1 Rv dat het ter zake dienend is. Het hof heeft in rov. 7 ten onrechte de eis gesteld dat [eiser] had moeten aanbieden [betrokkene 2] opnieuw als getuige te doen horen. Voor de beslissing van het hof in rov. 15 is niet redengevend of de door [eiser] genoemde getuigen rechtstreeks bij de onderhandelingen over de overeenkomst van geldlening betrokken zijn geweest, daargelaten dat in een bewijsaanbod niet hoeft te worden vermeld wat de getuigen zouden kunnen verklaren.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6e57793fb91585dd5acddf66e0eb7bc528f3e3ace9498e4aa7378aa2f98c3d45. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6e57793fb91585dd5acddf66e0eb7bc528f3e3ace9498e4aa7378aa2f98c3d45, en de alinea staat in dat document op bytes 11823 tot 12516.